Nieuws

13 juli 2022

Publicatie nieuws!

Menselijke mobiliteit in het grensgebied van de Nedergermaanse limes (40-470 na Chr.)

Het voornemen van het Romeinse bestuur om de Nedergermaanse limes te ontwikkelen tot een militaire zone moet een katalysator zijn geweest voor (lange-afstands) menselijke en dierlijke mobiliteit in de loop van de 1e eeuw na Chr. Een team van onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam (dr. Lisette Kootker en dr. Stijn Heeren) en ADC ArcheoProjecten  (dr. Henk van der Velde) heeft een combinatie van Sr-O-C isotopenonderzoek toegepast op in totaal 21 crematies (bot en het rotsbeen, de pars petrosa) en 21 inhumaties (gebitselementen) uit de Nederlandse Nedergermaanse limes grensstreek om de demografische dynamiek tussen 150 en 500 na Chr. te bestuderen.

Op één na vertonen alle individuen uit de Vroeg- en Midden-Romeinse periode Sr-verhoudingen die consistent zijn met de verwachte lokale (0,7088-0,7092) of regionale (tot ± 0,7110) 87Sr/86Sr signatuur. De populatiedynamiek verandert drastisch in de daaropvolgende Laat-Romeinse periode. Vijftig procent (6/12) van de onderzochte Laat-Romeinse individuen bracht (gedeeltelijk) een deel van hun jeugd door buiten het Nederlandse rivierengebied of zelfs buiten de Bataafse civitas. De 87Sr/86Sr van de gecremeerde pijpbeenderen wijzen mogelijk op residentiële stabiliteit gedurende de laatste levensjaren: alle data zijn compatibel met de verwachte regionale Sr-signatuur. De δ13CPDB data variëren tussen -16,0 ‰ en -8,7 ‰: dit laatste wijst op een dieet dat rijker is aan C4-voedsel, zoals gierst. Gierst was echter geen hoofdbestanddeel van het Romeinse dieet in het Nedergermaanse limes-gebied. Deze afwijkende δ13CPDB wijst mogelijk op een herkomst uit oost Europa of Italië.

Hoewel meer onderzoek noodzakelijk is om de bevolkingsdynamiek in het grensgebied van de limes beter te begrijpen, is het duidelijk dat de isotopengegevens de politiek-militaire status van de Nedergermaanse limes weerspiegelen, vooral tijdens de overgang naar een gemilitariseerde zone in de latere Romeinse periode. Het identificeren van mogelijke herkomstgebieden blijft helaas een uitdaging. Een andere proxy voor de herkomst, namelijk de culturele artefacten die in verband worden gebracht met de opgegraven personen, heeft geen specifiek verband aangetoond tussen culturele achtergrond en geografische herkomst.

Het artikel is verschenen in het Journal of Archaeological Science: Reports en is hier te lezen (Open access)

Dit onderzoek is financieel ondersteund door het project ‘Tiel-Medel als sleutelsite voor vernieuwend onderzoek naar migratie en etnogenese in de Romeinse grens’, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in het kader van de Nederlandse Onderzoeksagenda (NWA, 2018, projectnummer: 342-60-004) themaprogramma ‘Future Directions in Dutch Archaeological Research’ (projectnummer AIB.16.003) en de provincie Gelderland. LMK en SH werden ook financieel ondersteund door ‘Constructing the Limes: Employing citizen science to understand borders and border systems from the Roman period until today’ (C-Limes), gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) als onderdeel van de Nederlandse Onderzoeksagenda (NWA, 2021-2026, projectnummer: NWA.1292.19.364).